Return of the Hydra: prologue

De schipbreuk

De zee lag er maar woelig bij vanavond. In de verte kwamen dikke onweerswolken met grote snelheid opzetten. Vanuit het kraaiennest sloeg scheepsjongen Andreas het met ongerustheid gade. Binnen luttele minuten zou het onweer ‘the Hunter’ bereiken, het omineus genoemde schip waarop hij nu al vier jaar lang werkte voor een habbekrats. Het schip was stevig genoeg om een flinke storm te doorstaan, maar in de kapitein had Andreas minder vertrouwen. De laatste dagen was die zo mogelijk nog bezopener en humeuriger geweest dan voordien. De scheepsjongen had eerste stuurman Matunde en tweede stuurman Keto gisteren nog onder elkaar horen fluisteren over de vreemde koers die ze aanhielden, maar Andreas wist dat zelfs die twee het niet zouden wagen de kapitein tegen te spreken. Ze moesten nu ergens ter hoogte van de Pirateneilanden zijn, ten noorden van de uitgestrekte oerwouden van Ademorra. Telkens als hij in deze wateren voer, droomde de scheepsjongen wel eens over een ander bestaan: als piraat onder de gevreesde Bloodbeard, als lid van de expeditie ontdekkingsreizigers die drie jaar geleden naar Ademorra was vertrokken, kortom: als ‘held’. Maar helaas, zo’n bestaan was niet voor hem weggelegd. Zijn schamele opvoeding en zijn eerste level als Expert (zo’n godverdomde NPC-class) hadden de toekomst voor hem al gehypothekeerd. Hij beschikte eenvoudigweg niet over al de extraatjes waarmee een avonturier tegenwoordig zijn carrière begon. Andermaal bleken de rijkdommen van de wereld weer eens oneerlijk verdeeld te zijn… Andreas schrok op uit zijn gepeins. De storm had hen inmiddels al ingehaald en tegelijk begon ook de nacht te vallen. In deze streken kon dat snel gaan, ze hadden nog amper een half uur licht om… Wat zag hij daar in de verte? Land? Of waren het eerder… “Klippen! Klippen aan bakboord!” Op zijn waarschuwing kwam geen reactie, zelfs al schreeuwde hij de longen uit zijn jonge lijf. Ten einde raad klauterde hij dan maar hals over kop langs de mast naar beneden, alles beter dan… Een klap schudde het schip door elkaar en Andreas verloor zijn evenwicht. Gelukkig werd zijn val gebroken door een grote, zachte massa. Toen hij onder hem gevloek hoorde, besefte de scheepsjongen dat het die dikke passagier was, Theron, waar hij op terecht gekomen was! Hij mompelde een verontschuldiging en haastte zich naar het roer waar…Kapitein Brugal rustig een dutje aan het doen was. De lege flessen om hem heen spraken boekdelen. Andreas schudde de man door elkaar. “Kapitein, we gaan schipbreuk lijden als u niets doet!” Brugal sloeg nauwelijks de ogen op “Moe. Koppijn. Tukkie doen.” Inmiddels waren er al meer figuren aan dek verschenen, waaronder eerste stuurman Matunde. Die keek eerst wat verbaasd om zich heen, maar kwam daarna in hun richting. Andreas’ hoop flakkerde weer op. Misschien konden ze nu… Met een enorme dreun botste het schip ergens tegenaan. Er klonk een schrapend geluid en ‘the Hunter’ begon slagzij te maken. De verwarring aan dek was compleet. Steeds meer mensen kwamen het dek opgelopen, maar niemand wist wat gedaan. Charis, een stokoud vrouwtje, dat om één of andere reden liep te grijnzen van oor tot oor, overzag de chaos met ongepaste vrolijkheid: “Nou jongelieden, het lijkt erop dat we een probleempje hebben, niet?” Matunde deelde als enige bevelen uit en gaf bevel de reddingssloepen in gereedheid te brengen. Hij en tweede stuurman Keto loodsten de passagiers naar één van de twee sloepen, hoewel veel van hen het er moeilijk mee hadden bevelen aan te nemen van een boomlange neger of van een Halfling van amper een paar voet hoog. “Stop die waanzin! Niemand gaat van boord voordat ik het zeg!” Kapitein Brugal was duidelijk wakker geraakt. De matrozen keken verward heen en weer van de kapitein met bloeddoorlopen ogen naar de situatie waarin ze zich bevonden. Matunde reageerde impulsief, stormde op de kapitein af en gaf hem een enorme duw. Ook het oude vrouwtje reageerde vliegenvlug en liet zich achter Brugal op handen en knieën zakken. Was het door dit oeroude trucje, was het door zijn verregaande staat van dronkenschap of was het door de nieuwe Combat Manoeuvre Rules? In elk geval stortte de massieve gestalte van Kapitein Brugal languit de trap af. De twee sloepen waren intussen gevuld met opvarenden en hun spullen, al leken de meeste van hen niet erg veel van hun bezittingen meegenomen te hebben. Eén van hen, Kallithea, een meisje nog, had zelfs nauwelijks iets van kleren aan, maar daar leek ze zich weinig van aan te trekken. Ze stootte de dikke man naast haar aan: “Tof, hé, zo’n schipbreuk? Wat een avontuur! Kei-spannend gewoon!” Theron haalde zijn obese schouders op en mompelde iets van ‘blond’ en ‘zagemeel’.

“Iedereen aan boord? Laat de sloep zakken!” “Wacht!” Een gedrongen kale kerel in het uniform van een Kerniaanse Legioensoldaat sleepte een andere man met zich mee, die duidelijk protesteerde. “Mijn chef Ragnar hier denkt dat het zijn taak is om alle vrouwen en kinderen persoonlijk te evacueren.” De andere probeerde zich los te rukken. “Laat me los, Torgun, nog niet iedereen is van boord. O, het spijt me zo!” – “Bij de stenen tieten van Gaia, centurio, de rest is er niets mee gebaat als u hier op een zinkend schip achterblijft! Om de anderen te redden, moet u eerst zelf wel in leven blijven!” Ragnar zag blijkbaard de waarheid van die woorden in, want hij ging dan maar mee aan boord. Voor een centurio van de gedisciplineerde Kerniaanse legioenen zag hij er maar verward uit, vonden de anderen, hier was duidelijk iets niet pluis. “Iedereen aan boord?” vroeg Matunde voor de tweede maal “Dan gaan we nu…” “Waaaacht!” Drie mannen sprongen nog snel in het al volgeladen bootje. De grootste van hen droeg een grote kist op zijn schouders, waarop duidelijk het merkteken van de Shairraanse gouverneur te zien was. Ze waren alle drie buiten adem. “De trap was geblokkeerd door één of andere zatte domme kloot. Wat een idee ook om op zo’n plaats je roes uit te slapen! Ik had wel al gehoord dat er op overzetboten aan binge-drinking werd gedaan, maar dit is toch wel héél straf!”

De overladen sloep werd te water gelaten. Intussen was het in alle hevigheid beginnen regenen en waaien. De problemen begonnen nu pas. Andreas keek eens naar de andere passagiers op de sloep en hun schamele uitrusting. Zouden dit nu echte helden zijn zoals ze er in de boekjes over schreven? In elk geval kreeg hij nu zijn portie ‘avontuur’. ’t Was maar te hopen dat hij met zijn 5 hit points de eerste encounter zou overleven…

Comments

Rhynn

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.